Naar de hoofdinhoud

Hoe werken templatecodes?

Hoe een templatecode is opgebouwd uit voordefinitie, entiteit en veldnaam, en hoe u via de tooltip achterhaalt welke code u nodig heeft.

Geschreven door Marieke van Sinderen

Een templatecode bestaat uit drie delen: een voordefinitie, de entiteit waarvan u gegevens wilt gebruiken, en de naam van het veld. Zo verwijst u vanuit een template naar gegevens uit uw BaseNet-omgeving.

⚠️ Let op: onze supportafdeling biedt geen ondersteuning bij het zelf aanmaken of aanpassen van templates. Wilt u templates laten ontwikkelen of kant-en-klaar aanschaffen? Lees dan Kan BaseNet mijn templates aanmaken of aanpassen?


Welke voordefinities zijn er?

Met een voordefinitie legt u de basis van het pad naar de gewenste velden. Er zijn twee voordefinities:

  • $data.email – voor e-mail- en memotemplates

  • $data.letter – voor brief- en faxtemplates


Welke entiteiten kunt u koppelen?

Een relatie, project of medewerker is binnen het systeem een entiteit. Achter de voordefinitie plaatst u de entiteit waarvan u de velden wilt gebruiken. Enkele voorbeelden:

Entiteit

Welke gegevens u daarmee ophaalt

relatie

Gegevens van de gekoppelde relatie (particulier, contactpersoon of bedrijf)

project

Gegevens van het gekoppelde project

project.relation

Gegevens van de relatie van het gekoppelde project

employee

Gegevens van de medewerker die het correspondentiestuk opstelt


Hoe ziet een volledige templatecode eruit?

Staat het pad naar de juiste entiteit, dan koppelt u het veld door de veldnaam erachter te plaatsen. Een voorbeeld:

  • $data.email.relation.firstname – het volledige pad naar de voornaam van de relatie die aan de e-mail is gekoppeld.

Is het veld Voornaam bij die relatie gevuld, dan verschijnt bij het opstellen van de e-mail op de plaats van deze code de ingevulde waarde.


Hoe gebruikt u uw eigen bedrijfsgegevens?

Ook de gegevens van uw eigen bedrijf kunt u in uw correspondentie laten terugkomen. Die beheert u als volgt:

  • Klik rechtsboven op het pictogram met uw initialen of foto en ga naar Instellingen.

  • Kies Bedrijfsgegevens en ga naar Beheer bedrijfsgegevens.

De voordefinitie naar deze gegevens is $data.companyInfo.mijnBedrijf, gevolgd door de templatecode van het gewenste veld. Deze voordefinitie is altijd hetzelfde: er is geen onderscheid tussen e-mail en brief.


Hoe achterhaalt u welke templatecode u nodig heeft?

Stap 1 – Zet het weergeven van templatecodes aan

  • Klik rechtsboven op het pictogram met uw initialen of foto en ga naar Instellingen.

  • Kies Persoonlijke instellingen > Persoonlijk > Templatecodes weergeven en zet de schakelaar aan. Templatecodes zijn standaard verborgen.

Stap 2 – Open de pagina met het gewenste veld

  • Open bijvoorbeeld de pagina van een contactpersoon en klik op Bewerken.

Stap 3 – Beweeg met uw muis over het veldlabel

  • Beweeg de cursor boven het label, bijvoorbeeld de tekst Voornaam. Er verschijnt een tooltip met de templatecode. Voor Voornaam is dat firstname.

Stap 4 – Stel de volledige code samen

  • Zet de voordefinitie, de entiteit en de veldnaam achter elkaar, bijvoorbeeld $data.email.relation.firstname.


Waar vindt u een overzicht van codes?

💡 Tip: weet u niet zeker of een code werkt? Test de template door een nieuwe e-mail aan te maken met een gekoppelde relatie en/of project. Zonder koppeling blijven de velden leeg, en lijkt het alsof de code niet werkt.

Was dit een antwoord op uw vraag?